EEN ZOETE GESCHIEDENIS

De Maya's en de Azteken genoten als eersten van de vruchten van de cacaoboom. Ze brouwden er een opwekkend en bitter drankje van, bestemd voor hun koningen en goden. Spaanse ontdekkingsreizigers brachten de cacaoboon mee naar Europa, waar hij opgang maakte als een warme chocoladedrank. De geschiedenis van chocolade in tabletvorm begint pas veel later.

Chocolade, een godendrank
Lekkers uit de Nieuwe Wereld
Een drankje voor de elite
Eindelijk ook eetbare chocolade
De industriële revolutie
Nieuwe technieken, nieuwe producten
Chocolade in de 20e eeuw

Chocolade, een godendrank

Rond 600 na Christus vestigden de Maya’s zich in het noorden van Zuid-Amerika, waar ze in Yucatan-gebied de eerste cacaoplantages opstartten. Cacao was een erg waardevol goed, dat zelfs als betaalmiddel diende.

Maya’s en Azteken roosterden en maalden de bonen ook tot een voedzame pasta. De pasta werd, onder toevoeging van kruiden, in water opgelost. Ze noemden dit drankje “xocoatl”, wat letterlijk “bitter water” betekent.

Volgens de legendes van de Azteken-indianen waren de zaden van de cacaoboom afkomstig uit het Paradijs. Ze geloofden dat het eten ervan je extra wijsheid en kracht gaf.

Het woord “chocolade” is meer dan waarschijnlijk afgeleid van het Mayawoord “xocoatl”. “Cacao” zou dan weer van het Aztekenwoord “cacahuatl” komen.

Lekkers uit de Nieuwe Wereld

Na de ontdekking van de Nieuwe Wereld bracht de Spaanse ontdekkingsreiziger Hernando Cortèz in 1519 een bezoek aan het hof van keizer Montezuma van Mexico. Montezuma dronk zijn “xocoatl” koud, op smaak gebracht met vanille en kruiden. Het feit dat hij altijd een beker dronk voor hij zijn harem binnenging, gaf het voorgoed de status van een afrodisiacum.

Toen Cortèz in 1528 terugkeerde naar Europa, nam hij de chocolade mee naar het hof van Koning Karel V. Monniken hielden de nieuwigheid eerst in hun kloosters verborgen, maar later zorgden cacaoplantages in overzeese kolonies voor veel profijt.

Met het afnemen van de Spaanse macht verdween ook het Spaanse monopolie op de cacaohandel, die zich binnen enkele jaren naar Frankrijk, Italië, Duitsland en Engeland uitbreidde.

Een drankje voor de elite

Toen de Spaanse prinses Anna van Oostenrijk zich in 1615 met Lodewijk XIII van Frankrijk verloofde, gaf ze hem een verlovingscadeau van chocolade. Anna deelt haar passie voor warme chocolade met het Franse Hof.

Het duurde tot 1657 voor een Fransman in Londen het eerste chocoladehuis opende. Het chocoladedrankje was nog altijd extreem duur en uitsluitend weggelegd voor een elite van rijken en edelen.

Lang beschouwde men chocolade als een mannendrank, maar vanaf de 17e eeuw vond men het ook een geschikte drank voor kinderen. Aan de chocolade voegde men melk, wijn, bier, zoetmakers en kruiden toe.

Cacao was in die tijd in veel landen ook nog altijd een courant betaalmiddel. Zo kostte een konijn in Nicaragua 10 gebroken cacaobonen en voor een goede slaaf betaalde je 100 stuks.

Eindelijk ook eetbare chocolade

In 1674 introduceert men een nieuwigheid: de Londense winkel “Coffee Mill & Tobasco Roll” stelt de “chocoladeworst op Spaanse wijze” voor, chocolade om op te knabbelen.
Vanaf dan kon je ook chocolade eten in de vorm van broodjes en gebak.

In de 18e eeuw gebruiken artsen chocolade ook als medicijn. Antonius Hoffman beveelt chocolade in zijn boek “Potus Chocolate” (1765) aan bij de behandeling van allerlei kwalen.

Rond 1730 zakt de prijs van cacao zover, dat chocolade ook binnen het bereik van de minder rijken kwam.

De industriële revolutie

John Hanan vestigt in 1765 in Dorchester (Massachusetts) de eerste Amerikaanse chocoladefabriek. De grondstoffen importeert hij uit West-Indië.

Dr. Joseph Fry uit Bristol (Engeland) vindt in 1795 een stoommachine uit voor het vermalen van cacaobonen. Dit leidt tot een grootschalige chocoladeproductie waardoor chocolade nu ook bij de burgerij bijzonder populair wordt.

Met de uitvinding van de cacaopers in 1828 daalt de prijs nog verder. De pers is een idee van C.J. van Houten, een Nederlandse chocoladefabrikant. Bovendien verbetert hierdoor de kwaliteit van de chocolade, doordat nu een deel van de cacaoboter uit de brij geperst kan worden.

Nieuwe technieken, nieuwe producten

In 1830 stelt men de vorm- en giettechnieken op punt. In datzelfde jaar mengt de Charles-Amedée Kohler voor de eerste keer hazelnoten met chocolade.

Rond 1847 verkopen “Fry & Sons” hun “Chocolat Délicieux à Manger”, de eerste eetbare chocoladetablet.

Acht jaar experimenteert Daniël Peter voor hij in 1876 tot een recept voor melkchocolade komt. Hij verkoopt zijn uitvinding aan de Zwitserse chocoladefabrikant Nestlé.

En de Zwitsers blijven innoveren: Jules Sechaud, een confisier uit Montreux, introduceert in 1849 een procédé voor de productie van gevulde chocolade.

Een nieuwe verbetering aan het fabricageproces is de ontdekking van de Zwitser Roldolfe Lindt, die in 1879 de techniek van het “concheren” uitvindt. Bij het concheren wordt de chocolademassa lange tijd (soms wel tot 72 uur) verhit en gewalst om de chocolade te verfijnen. Aan het eind van het proces wordt extra cacaoboter toegevoegd om tot de originele “pure” chocolade te komen.

Vanaf het eind van de 19e eeuw worden in Nederland ter gelegenheid van het sinterklaasfeest chocoladeletters gegeven.

Chocolade in de 20e eeuw

De praline, in haar huidige vorm van een “gevuld hapje”, kennen we pas sinds 1912. Omdat met pralines altijd voorzichtig omgesprongen moet worden, ontwierp men er een speciale verpakking voor: “het ballotin”. Van toen af aan werd de praline een ideaal geschenk.

Banania lanceert in 1914 in Frankrijk een chocolade-bananenmeel, bedoeld om de Franse soldaten in de loopgraven op te warmen.

Frank C. en Forrest E. Mars creëren in 1923 de Milky Way chocoladereep. 10 jaar later, in 1933, volgt de lancering van de Mars reep.

Op 1 oktober 1925 gaat in het New Yorkse World Trade Center de “Cacao Exchange” van start, waar kopers en verkopers samenkomen voor hun transacties.

Geallieerde troepen brengen ons in 1945, bij het eind van Wereldoorlog II, niet alleen vrede, maar eindelijk ook weer échte chocolade.

In 1962 komen Milky Way en Mars ook in België op de markt.

De eerste ruimteveerastronauten kiezen in 1982 M&M’s als onderdeel van hun voeding.

De Franse chocolatier Raymond Bonnat de Voiron maakt in 1984 als eerste een collectie van zwarte chocolades “Les Grands Crus de cacao”. Hiermee is de trend gezet om terug te keren naar authentieke smaken.